Aanmelden
De Palster > Ouders > Protocollen > Protocol doorstroming
Protocol doorstroming

1. Onze visie betreffende doorstroming van leerlingen.
Op onze basisschool wordt er rekening gehouden met de continue ontwikkeling van de leerlingen.
In principe is 8 jaar basisonderwijs een normaal tijdsbestek.
Als het voor een kind wenselijk is, kunnen zij een verkorte of verlengde schoolperiode krijgen.
Dit wordt altijd vastgelegd met argumenten waarom er gekozen is voor een verlenging of een verkorting. Deze gegevens zijn terug te vinden in het leerling-dossier.
Er wordt altijd op toegezien dat er een goede doorgaande lijn is voor de kinderen.
Een langer of korter verblijf in een groep moet gebaseerd zijn op de voortgang in de ontwikkeling van de individuele leerling.
Verlenging van een groep mag niet louter een herhaling van leerstof inhouden, maar moet een voortgang zijn van wat het kind al kan.
Er wordt altijd in het belang van het kind gehandeld.
We bekijken waar het kind het best functioneert en waar de ontwikkeling op lange termijn het meest bij gebaat is.

Dit gebeurt aan de hand van gegevens over:
-
toetsen
-welbevinden van het kind
-motivatie van het kind
-zelfstandigheid
-zelfvertrouwen
-concentratie
-sociale vaardigheden
-emotionele ontwikkeling
-motoriek.

Beslissingen worden altijd genomen in overleg met leerkracht, IB-er, en ouders. Eventueel wordt externe hulp gevraagd in geval de opvatting van de direct betrokkenen niet eenduidig is.
De uiteindelijke beslissing ligt altijd bij de school. De directeur is eindverantwoordelijk.


2a. Beleid doorstroming van leerjaar 1 naar leerjaar 2 voor herfstkinderen
(Kinderen die tussen 1 oktober en 1 januari op school instromen)

Zij worden geplaatst in groep 1.
Tijdens een intakegesprek met de directeur wordt de procedure voor herfstkinderen uitgelegd. De school ontvangt informatie van de peuterspeelzaal (peutervolglijst).
Vier wekenna de start wordt peilpunt 1 van het PRAVOO-leerlingvolgsysteem ingevuld.
Na één maand heeft de leerkracht een voortgangsgesprek met de ouders, hij/zij ontvangt hier meer informatie over het kind. De PRAVOO-lijst is ingevuld en bij opvallendheden worden de ouders daarover geïnformeerd.
Tijdens de groepsbespreking (IB-er met leerkracht) worden de herfstkinderen altijd besproken. De groepsbesprekingen vinden ongeveer om de zes weken plaats.
De groepsleerkracht heeft na 3 à 4 maanden een voortgangsgesprek met ouders van herfstkinderen over hoe het met hun kind gaat in groep 1. De school geeft aan hoe ze de ontwikkeling van het kind gaat stimuleren en er wordt een nieuwe afspraak gepland.
Het beleid is verder zoals hieronder geformuleerd wordt voor de andere kleuters (inclusief de herfstkinderen).


2b. Beleid doorstroming van leerjaar 1 naar leerjaar 2
(Kinderen die na 1 januari op school instromen, worden geplaatst in groep 1)

Na 5 maanden wordt peilpunt 2 ingevuld, behalve voor de herfstkinderen.(zie 2a)
Eind mei wordt peilpunt 3 van de PRAVOO ingevuld.  
Beslissingsblad 1 van het PRAVOO-leerlingvolgsysteem wordt ingevuld bij twijfel.

Beslissing overgang van groep 1 naar groep 2:
Eind mei / begin juni wordt er een definitieve beslissing genomen. Die wordt uiteindelijk genomen tijdens een onderbouwvergadering.
Hierbij wordt naast de toetsgegevens vooral gekeken naar de sociaal-emotionele ontwikkeling. Wanneer er twijfel is, gaat de voorkeur toch naar groep 2. Een verlengde kleuterperiode in groep 2 is meer zinvol, i.v.m. het grotere aantal lesuren dat groep 2 heeft.
Wanneer de kinderen doorstromen naar groep 2 is het niet vanzelfsprekend dat de kinderen het jaar daarna doorstromen naar groep 3. Dit wordt duidelijk met de ouders gecommuniceerd en vastgelegd in het leerlingvolgsysteem.


3. Beleid doorstroming van leerjaar 2 naar leerjaar 3.
Halverwege groep 2 stellen we ons de vraag of de doorgaande ontwikkeling van een kind wel gebaat is bij een overgang naar groep 3.
Soms zijn kinderen in groep 2 nog zo gericht op spelen en open onderwijssituaties dat de overgang naar groep 3 te abrupt is en geen doorgaande ontwikkeling kan garanderen. Soms is er sprake van specifieke ontwikkelingsproblemen of ontwikkelingsstoornissen. Dat betekent dat we de overgangsbeslissing van groep 2 naar groep 3 zeer overwogen nemen. In groep 2 kan onderscheid gemaakt worden tussen de volgende groepen:
- Onrijpe kinderen (vooral sociaal-emotioneel).
- Kinderen met een beperkte ontwikkelingsmogelijkheid.
- Kinderen die op niveau zijn.
- Kinderen die nog geen zes jaar zijn maar verder zijn dan hun leeftijdsgenoten.

Bij kinderen die nog niet op niveau zijn, volgen we de procedure die hierna beschreven staat:
Het bewust nemen van een overgangsbeslissing begint bij ons in januari van het
groep-2 jaar. We vullen dan peilpunt 4 van het PRAVOO-leerlingvolgsysteem in en nemen de CITO- toetsen af.
Die leerling wordt besproken met de IB/er en eventueel worden er interventies gepleegd.

In geval van twijfel dan worden ouders daarvan op de hoogte gesteld. Als het kind bij de CITO- toetsen onvoldoende scoort en/of op de kaart van het leerlingvolgsysteem op de onderdelen: kring, werken, taal, motoriek, ruimtelijk structureren en zintuiglijk waarnemen in twee of meer gevallen een onvoldoende scoort dan delen we de ouders in januari onze twijfels mee of het kind met ingang van het volgend schooljaar wel in groep 3 kan beginnen.

De periode januari tot het eind van het schooljaar
We geven in het gesprek met de ouders de zorgen m.b.t. de schoolloopbaan van het kind ook aan wat we gaan doen om de ontwikkeling van het kind te stimuleren en op welke wijze men daar thuis eventueel aan bij zou kunnen dragen. We geven de ouders tevens aan wanneer we de definitieve beslissing nemen over het vervolg van de schoolloopbaan van het kind. Bij jonge kinderen doen we dat zo laat mogelijk om de kans op een goede beslissing te kunnen verhogen.

Vooral het sociaal-emotioneel welbevinden in de groep is een zeer belangrijke gegeven.
Gekoppeld aan die beslissing geven we ook aan hoe we het kind bij de groep 2 verlenging willen begeleiden. Dit wordt aangegeven binnen een groepsplan of individueel handelingsplan. Voorbeelden hiervan zijn: het kind de gelegenheid te geven zich verder te ontwikkelen, het bieden van speciale begeleiding en het bieden van bijvoorbeeld leesbegeleiding aan kinderen die in de loop van het jaar toe zijn aan lezen.

De beslissing
Het nemen van de beslissing t.a.v. de schoolloopbaan van het kind doen we aan de hand van een aantal overwegingen, waarin het kind gewogen wordt op een aantal aspecten. We doen dat in een leerlingbespreking met de bouw en hanteren daar een formulier voor. Naar aanleiding hiervan wordt een verantwoorde beslissing genomen. Bij ernstige twijfel of een leerling over kan naar de volgende groep is het advies van het team, in het belang van het kind, bindend. In oktober van het hierop volgende jaar zal gecheckt worden hoe het gaat met de kinderen waarvoor het bovenstaande is uitgevoerd. Dit gebeurt in een groepsbespreking met de IB’er.

Kinderen die een voorsprong hebben
Soms zijn kinderen op alle gebieden verder dan hun leeftijdsgenoten. Vaak blijkt dit al in groep 1.
De leerkracht kan dan in overleg met de ouders beslissen dat een leerling eerder met groep 2 mee gaat draaien om hem/haar de ontwikkelingskansen te geven waar het kind aan toe is. Dit wil niet zeggen dat de leerling dan ook mee gaat naar groep 3.
Als een kind ook in groep 2 erg goed presteert, kan het wel eens voorkomen dat een leerling vervroegd naar groep 3 gaat. Dit zijn echter uitzonderingen!
Om deze beslissing te kunnen nemen kijkt de leerkracht naar de volgende aspecten:
-          De werkhouding van het kind moet erg goed zijn; een kind moet langere tijd achter elkaar door kunnen blijven werken, gemotiveerd zijn om te werken en het kind moet ook uit zichzelf regelmatig kiezen voor ontwikkelingsmaterialen en moeilijke spelletjes.
-          Hoe is de sociale ontwikkeling van het kind; speelt het met kinderen van groep 2, voelt het zich thuis bij deze leeftijdsgroep en is de leerling ook door andere kinderen in de groep opgenomen.
-          Hoe staat het kind in de spelontwikkeling; is er sprake van gevorderd rollenspel, zoekt het kind ook naar extra uitdagingen in het spel, kiest het ook voor moeilijke activiteiten.
-          De taalontwikkeling is erg belangrijk; spreekt de leerling in goed opgebouwde zinnen, heeft het een rijke woordenschat, beheerst hij de leesvoorwaarden.
-          Het kind moet emotioneel stabiel zijn en zelfvertrouwen hebben.
-          Wat de motoriek betreft, moet een kind de fijne motoriek beheersen omdat het moet leren schrijven.
-          Op het gebied van de rekenontwikkeling moet een kind goed kunnen tellen, meten, wegen en logisch kunnen denken.
-          Het kind moet snel van begrip zijn, een goede concentratie hebben, een brede belangstelling hebben en goed gemotiveerd zijn om naar groep 3 te gaan.
Over het algemeen geldt dat kinderen bij wie overwogen wordt om vroegtijdig naar groep 3 te gaan een duidelijke voorsprong moeten hebben op leeftijdsgenoten, alles goed mee kunnen doen met groep 2 en liefst nog iets beter presteren, gedurende langere tijd. Dit omdat er bij veel kinderen in de kleuterleeftijd sprake is van ontwikkelingsvoorsprongen die later weer ingelopen kunnen worden door de anderen.
Er blijft sprake van uitzonderingen omdat in groep 2 veel aandacht geschonken wordt aan de brede ontwikkeling van de kinderen en in groep 3 meer aandacht is voor het cognitieve aspect. Dit is iets waar kinderen wel aan toe moeten zijn.
In geval van vroegtijdig naar groep 3 gaan, beslist de school.
Als een kind een ontwikkelingsvoorsprong heeft en de school heeft beslist dat het beter is om toch in groep 2 te blijven, wordt het kind wel begeleid.
Gedurende het schooljaar wordt dit kind gestimuleerd om oefeningen en activiteiten te gaan doen op een moeilijker niveau dan de andere kinderen.

4. Beleid doorstroming leerjaar 3 tot en met leerjaar 8.
De doorstroming in de groepen 3 t/m 8 is afhankelijk van de algehele ontwikkeling van de individuele leerling.
Wanneer een leerling uitvalt op een bepaald ontwikkelingsgebied, wordt dat binnen de groep aangepakt en behandeld.
Wordt de uitval te complex en omvat het meerdere ontwikkelingsgebieden, dan wordt bekeken of de leerling wel op de goede plek zit.
Door de leerkracht en de IB-er wordt een aantal testen afgenomen, zo nodig wordt advies gevraagd bij Giralis, de schoolbegeleidingsdienst. Alle gegevens worden in kaart gebracht en de lesstof wordt aangepast. Er zal, alleen waar nodig is, herhaald worden. De ontwikkeling zal gevolgd worden en alles wordt vastgelegd in het leerlingendossier. Als blijkt dat het niveau van de leerling een grote achterstand heeft en als het zinvol is voor de ontwikkeling van het kind, wordt besloten tot doubleren.
Het is mogelijk dat een kind blijkt geeft van een opmerkelijke voorsprong in zijn totale ontwikkeling. In zo’n geval wordt het meerbegaafdheidsprotocol gehanteerd om te bepalen of de leerling geschikt is om vervroegd door te stromen naar de volgende groep. Doorgaans zullen wij daar terughoudend in zijn, omdat onze ervaring leert dat de sociaal-emotionele ontwikkeling van grote invloed is op de cognitieve ontwikkeling.  Bij voorkeur laten we de leerling in zijn/haar leeftijdsgroep zitten en passen we het werk op zijn/haar niveau aan.
Dit alles gebeurt in goed overleg met de ouders, maar de uiteindelijke beslissing ligt altijd bij de school.

 
 

 
 
 
Basisschool de Palster, Germenzeel 500, 5403 XC Uden, Tel:0413 332353, e-mail: info@depalster.nl