Protocol vervoer van kinderen op de Palster
Voor het vervoer van kinderen naar activiteiten die buiten de school plaatsvinden, doen wij regelmatig een beroep op ouders. Hierbij hechten wij aan de wettelijke regels voor vervoer.
- De bestuurder van de auto dient een inzittendenverzekering te hebben.
- Kinderen kleiner dan moeten een autostoeltje of zittingverhoger gebruiken (Dit geldt voor-en achterin de auto)
- De autostoeltjes en zittingverhogers moeten goedgekeurd zijn volgens ECE-reglement 44/03 (of hoger: 44/04). Dit is te zien aan een keuringslabel- of sticker. Voor een goed werking moet het autostoeltje of de zittingverhoger op de juiste manier zijn vastgezet
- Kinderen groter dan en volwassenen (18 jaar en ouder) moeten de autogordel gebruiken en mogen zo nodig ook een zittingverhoger gebruiken. De hoeveelheid gordels in een auto is dus bepalend voor het aantal kinderen dat vervoerd mag worden.
- Van ouders en verzorgers wordt verwacht dat ze voor hun eigen kind een autostoeltje of zittingverhoger in de auto hebben. Maar er rijden misschien ook wel eens andere kinderen mee. Bij dit soort incidenteel vervoer over beperkte afstand mogen op de achterzitplaatsen kinderen vanaf 3 jaar (maar niet de eigen kinderen) volstaan met gebruik van de gordel.
- Als op de achterbank al twee autostoeltjes of zittingverhogers in gebruik zijn, is er vaak geen plaats meer voor een derde. In zo’n geval mag een kind vanaf 3 jaar op de overgebleven zitplaats de gordel gebruiken.
- Kinderen mogen niet in een naar achteren gericht kinderzitje worden vervoerd op een plaats met een airbag ervoor, tenzij deze is uitgeschakeld.
- Het is verboden personen te vervoeren in de laadruimte van een auto.
Gedragsregels tijdens het vervoer
Als u kinderen voor school vervoert neemt u een stukje van onze verantwoordelijkheid over. Een verantwoordelijkheid die wij zeer serieus nemen.
Daarom adviseren wij u onderstaande adviezen ter harte te nemen zodat het vervoer veilig en plezierig zal verlopen.
-
Gebruik kindersloten op de achterportieren indien deze aanwezig zijn.
-
Verwijder de sleutel uit het contact bij het (kortstondig) verlaten van de auto.
-
Zet de auto zowel op de handrem als in de eerste versnelling / parkeerstand bij het (kortstondig) verlaten van de auto.
-
Laat de kinderen zoveel mogelijk aan de trottoirkant uitstappen (houdt hier rekening mee bij het parkeren) of anders zo snel mogelijk na het uitstappen op een veilige plaats naast de weg plaatsnemen.
-
Spreek met de kinderen af dat ze rustig zijn in de auto zodat u uw aandacht bij het verkeer kunt houden.