
In onze visie heeft u kunnen lezen dat we het belangrijk vinden dat kinderen graag naar school gaan. Speciale aandacht hebben we voor nieuwe kinderen die als vierjarigen bij ons op school starten en voor kinderen die van een andere school komen. De eerste weken werken we aan de gewenning, zodat deze kinderen zich snel thuis voelen op onze school en omdat dit voor ons een belangrijke voorwaarde is om goede resultaten te behalen.
Kinderen leren op verschillende manieren, sommige kinderen leren snel en gemakkelijk, anderen hebben weer meer moeite met leren. Soms lopen kinderen een achterstand op, soms zijn ze -in vergelijking met leeftijdgenoten- in hun ontwikkeling al ver vooruit. We vinden het belangrijk om zo goed mogelijk met deze verschillen om te gaan. We proberen deze verschillen daarom vroegtijdig te herkennen en in een zo vroeg mogelijk stadium actie op te ondernemen. Om zo goed mogelijk een doorgaande lijn in de zorg te krijgen, leggen we onze bevindingen vast in een leerlingvolgsysteem. Hierin staan gegevens over het gezin, gesprekken met ouders, speciale onderzoeken, toets- en rapportagegegevens van de verschillende schooljaren en andere relevante gegevens. Inzage in dossiers door ouders is mogelijk na overleg met de directie of intern begeleider van de school. Zo’n vier maal per jaar bespreken de leerkrachten samen met de intern begeleider de resultaten van de leerling. Als het kind naar het voortgezet onderwijs gaat, bewaart de school de gegevens conform de wettelijke termijn.
• als het leerproces (heel) goed gaat
Om tegemoet te komen aan de extra leerbehoeften van kinderen kiezen wij in de eerste plaats voor verrijking en verdieping van de leerstof binnen hun eigen vertrouwde omgeving tussen leeftijdsgenoten. Zo krijgen kinderen die de basisstof van verschillende vakken al snel beheersen extra werk met zogenaamde ‘Plustaken’. Kinderen die zelfs een eigen leerlijn krijgen los van de gebruikte methode, dagen wij uit met leerstof die speciaal ontwikkeld is voor meerbegaafde kinderen. In uitzonderlijke gevallen kan gekozen worden voor een vervroegde doorstroming. Dit gebeurt als kinderen al vanaf groep 1 duidelijk blijk geven van een ontwikkelingsvoorsprong en er binnen de groep geen uitdaging meer is. In zo’n geval gebruiken wij het ‘Protocol Meerbegaafde kinderen’ en zijn wij veelvuldig met de ouders
• als het minder goed gaat
Soms hebben kinderen niet genoeg aan de dagelijkse begeleiding die elke leerkracht aan zijn of haar groep geeft. Er blijkt toch een achterstand te ontstaan, misschien op leergebied, maar soms ook op sociaal-emotioneel terrein. Van school mag u dan iets verwachten! De leerkracht zal het kind aanmelden bij de interne begeleider (IB-er). Dat is een leerkracht die een gedeelte van de week is vrijgesteld van lesgevende taken, om leerkrachten te assisteren bij de begeleiding van kinderen. Samen bespreken zij het probleem dat zich bij het kind voordoet, er wordt een diagnose gesteld, waarna soms een handelingsplan wordt opgesteld. Het onderwijsleerproces wordt dan aangepast. Dit gebeurt door bijvoorbeeld extra leermiddelen aan te bieden of uw kind op een ander niveau te laten werken. Na enkele weken wordt het plan geëvalueerd en wordt de situatie opnieuw bekeken. Zo’n actieplan of handelingsplan wordt door de leerkracht in de groep, zoveel mogelijk tijdens de schooluren uitgevoerd. Ouders zijn hiervan altijd op de hoogte: u weet wat er gebeurt, waarom het gebeurt, hoe het gebeurt en welk aandeel u kunt leveren.
De intern begeleider zal ook vaak aanwezig zijn bij het gesprek met de ouders.
• en als het dan nog niet goed gaat
Soms blijkt dat ondanks de extra zorg die door de school is ingezet, problemen toch blijven bestaan. De school zal dan, wederom na overleg met de ouders, het kind bespreken met onze externe onderwijsbegeleidingsdienst. Een orthopedagoog van deze onderwijsbegeleidingsdienst bespreekt het probleem met de intern begeleider en met de leerkracht, doet soms zelf onderzoek bij het kind en geeft daarna advies. Hierna wordt soms een nieuw handelingsplan opgesteld. Ook heeft de intern begeleider elke maand de gelegenheid om kinderen met problemen op het sociaal-emotionele terrein te bespreken met schoolmaatschappelijk werk. Deze denkt met de IB-er mee over de kinderen, ondersteunt de leerkrachten bij het opvangen van problemen en is beschikbaar voor zowel ouders als kinderen als zij problemen hebben. Als u de schoolmaatschappelijk werker wilt spreken, geef dit dan door aan de groepsleerkracht, de intern begeleider of de directeur. Dan neemt de schoolmaatschappelijk werker zo spoedig mogelijk contact met u op. Deze maatschappelijk werker kan direct hulp bieden of school en ouders verwijzen naar een andere instantie. Tenslotte kan de school bij de PCL (Permanente Commissie Leerlingenzorg) een aanvraag doen voor hulp. De school heeft daarvoor informatie verzameld in een onderwijskundig rapport. De ouders voegen eigen informatie toe en tekenen voor gezien. De PCL bepaalt of de gevraagde zorgvoorziening toegekend wordt.
• een laatste stap
Indien blijkt dat alle extra maatregelen niet tot het gewenste resultaat leiden, moet wellicht de conclusie worden getrokken dat het kind beter tot zijn recht komt op een vorm van speciaal onderwijs. Voor een verwijzing naar het speciaal onderwijs moet een kind worden aangemeld bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg (de PCL), wat enkel kan gebeuren na toestemming van de ouders. Omdat u vanaf een vroegtijdig stadium op de hoogte wordt gehouden van de extra zorg voor uw kind, bent u goed op de hoogte van hetgeen er met en rondom uw kind is gebeurd, zodat u ook een goed beeld heeft gekregen van de mogelijkheden en onmogelijkheden van zowel uw kind als van de basisschool. De beslissing tot aanmelding voor een vorm van speciaal onderwijs kan hierdoor beter worden gemaakt.
• hoe gaat zo’n aanmelding
Een aanvraag voor verwijzing naar een school voor speciaal onderwijs moet door de ouders worden gedaan bij de PCL. Deze commissie beslist over de aanname van kinderen op de speciale basisschool. Er is een strenge selectie. Voordat een kind kan worden aangemeld zullen al veel onderzoeken hebben plaatsgevonden, zowel binnen als buiten de school. Onze school moet daarom een onderwijskundig rapport maken, wat ook met de ouders wordt besproken. Alleen die kinderen waarvan men zeker is dat er op de eigen school of op een andere gewone basisschool geen opvang mogelijk is, worden toegelaten. Als de PCL een toelaatbaarheidsverklaring heeft afgegeven, kunt u uw kind aanmelden bij een speciale basis-school. De intern begeleider begeleidt en ondersteunt de ouders bij zo’n aanvraag. Wanneer ouders het niet eens zijn met de beslissing van de PCL kunnen zij bezwaar aantekenen bij deze commissie en daarna eventueel nog in beroep gaan bij de rechter.
De school voor speciaal basisonderwijs in Uden is de Tandem, maar er zijn ook meerdere mogelijkheden buiten de gemeente.
• samenwerkingsverband Uden e.o
Alle basisscholen in Uden, Volkel, Odiliapeel, Zeeland en Nistelrode vormen een verplicht samenwerkingsverband WSNS (Weer Samen Naar School). Binnen dit samenwerkingsverband zijn afspraken gemaakt over de manier waarop de scholen de kwaliteit van de begeleiding van kinderen willen verbeteren. Doel hiervan is dat de basisscholen steeds beter in staat zijn kinderen ‘op maat’ te laten leren. Medewerkers van het samenwerkingsverband kunnen soms één of meer leerlingen op de basisschool extra hulp geven. Ook is in het samenwerkingsverband afgesproken hoe SBO de Tandem (de school voor Speciaal Basis Onderwijs) het beste haar functie kan vervullen. Tenslotte is er een klachtenregeling voor de Permanente Commissie Leerlingenzorg (de PCL) van het samenwerkingsverband Uden e.o. Deze regeling is, net als alle andere zaken uit het samenwerkingsverband, opgenomen in een zorgplan, dat jaarlijks wordt vastgesteld en dat ter inzage ligt op school.
• kinderen met een handicap
Sinds een aantal jaren is het niet meer zo vanzelfsprekend dat ouders van kinderen met een handicap voor hun kind een plaats zoeken op een daarvoor bestemde school voor speciaal basisonderwijs. Per 1 augustus 2003 is bovendien de WEC (Wet op de Expertisecentra) in werking getreden, die de mogelijkheid biedt aan kinderen met een handicap op een reguliere basisschool hun onderwijs te volgen.
De wet onderscheidt vier clusters:
1 visueel gehandicapte kinderen
2 auditief gehandicapte kinderen
3 lichamelijk en verstandelijk gehandicapte kinderen
4 kinderen met een ernstige gedragsstoornis, langdurig zieke kinderen en autistische kinderen
Bij plaatsing van een kind met een handicap krijgt de school een leerlinggebonden budget, het zogenaamde rugzakje, waarmee ze extra ondersteuning kan geven aan de leerling.
Ouders van kinderen met een handicap of stoornis kunnen hun kind aanmelden op onze school. Echter, wij moeten wel de juiste zorg en aandacht kunnen schenken aan het kind. Als reguliere basisschool kennen wij grenzen aan de zorg die wij kunnen bieden. Samen met de ouders willen we, in het belang van het kind, deze grenzen bespreken en tot een afgewogen keuze komen.
Onze school heeft een procedure tot plaatsing van een kind met een handicap. Hierin wordt beschreven welke stappen worden gezet en langs welke criteria een eventuele plaatsing wordt besproken.
Ouders van kinderen met een handicap die een plaatsing van hun kind op onze school overwegen, krijgen deze procedure toegestuurd.