De Springplank > Schoolinfo > Schoolgids > Organisatie
 

 Schoolgids

 

 

De organisatie van het onderwijs

 

Schoolorganisatie 

Kinderen leren van elkaar en met elkaar en ontdekken samen nieuwe dingen. Het is belangrijk dat ze elkaar leren helpen en leren samenwerken, zowel in de klas binnen de grote groep, als in kleine groepjes. De onderbouw wordt gevormd door de kinderen van groep 1 t/m 4, de bovenbouw wordt gevormd door de kinderen van groep 5 t/m 8.

De jongste kinderen op onze school, de 4- en 5-jarigen, vormen samen de kleutergroepen. Zij zitten bij elkaar in combinatiegroepen van groep 1 en 2. Dit is zo gedaan omdat in deze leeftijdsfase de sociale en emotionele vorming en zelfstandigheidsontwikkeling van kinderen belangrijk zijn. Jongere en oudere kleuters hebben in deze situatie de beste kans veel van elkaar te leren.

In groep 3 t/m 8 wordt gewerkt vanuit het jaarklassensysteem: Kinderen van dezelfde leeftijd zitten in een vaste groep bij elkaar met één of meerdere vaste leerkrachten. Voor deze kinderen komen een aantal accenten anders te liggen, met name t.a.v. de intellectuele vorming. De aanbieding van de leerstof in een groot aantal vakken komt hierbij meer centraal te staan. In deze groepen worden combinatiegroepen gevormd om de leerlingenaantallen niet te groot te maken.

De overheid kent voor de kinderen van groep 1 t/m 4 extra formatie toe, die op diverse manieren wordt ingezet; met name voor het vormen van een extra groep in de onderbouw, het geven van remedial teaching en bewegingsonderwijs aan kleuters. Hierdoor wordt de kwaliteit van het onderwijs positief beïnvloed en profiteren alle kleuters in de onderbouw ervan.

Een aantal kinderen heeft extra aandacht nodig in het volgen van het lesprogramma. De groepsleerkrachten zijn de eerst verantwoordelijken voor het geven van die extra aandacht. Leerkrachten met een duobaan delen samen de zorg en verantwoordelijkheid voor een groep kinderen, zij overleggen dan ook veelvuldig met elkaar. Alle kinderen krijgen de zgn. basisleerstof aangeboden. D.m.v. gevarieerde opdrachten, die verschillend van moeilijkheidsgraad kunnen zijn (=differentiatie-opdrachten) krijgen de kinderen, afhankelijk van hun behoeften, extra leerstof. Ook kan dezelfde leerstof op een andere wijze worden aangeboden. Bij het opzetten van extra hulp kan de groepsleerkracht ondersteuning krijgen van de intern begeleider. Ook kan er besloten worden om remedial teaching toe te passen. (Meer over deze onderwerpen vindt u in hoofdstuk 4.4).

 

Het schoolteam

Wie werken er in de school?

-     De directeur: Haar taak is het leiding geven aan het team, zodat het onderwijs aan de kinderen zo optimaal mogelijk verloopt. Zij heeft toezicht op alles wat hiervoor geregeld moet worden. Zij is niet structureel belast met lesgevende taken.

-     De adjunct-directeur: Samen met de directeur vormt hij de directie van de school. Hij vervangt de directeur bij diens afwezigheid en neemt diens taken waar. Daarnaast is hij tevens groepsleerkracht.

-     Bouwcoördinatoren: Om de onderwijskundige en organisatorische gang van zaken op school beter aan te kunnen sturen zijn er twee leerkrachten die, als coördinator voor hun bouw, allerlei zaken regelen. Zij zitten de bouwvergaderingen voor en vormen samen met de directeur het SMT (School Management Team), dat de ontwikkelingsdoelen van de school uitwerkt en bewaakt.

-     Groepsleerkrachten: Zij hebben de zorg voor een groep. De belangrijkste taken zijn het lesgeven en het begeleiden van kinderen in hun ontwikkeling.

-     Intern begeleiders: Groepsleerkrachten die gespecialiseerd zijn in het coördineren van de leerlingenzorg. Naast de coördinerende taken bestaan de taken vooral uit het bieden van ondersteuning, met name op het gebied van extra leerlingenzorg, uitvoering testen/toetsen binnen het leerlingvolgsysteem, ondersteuning leerkrachten in het oplossen van leerproblemen, het houden van leerlingbesprekingen.

-     Remedial teacher: Indien er nog leerkrachturen over zijn, worden  één of meerdere groepsleerkrachten ingezet om extra hulp te bieden aan kinderen met een ontwikkelingsachterstand of een ontwikkelingsvoorsprong.

 -     Vakleerkracht lichamelijke opvoeding: Deze ondersteunt het team in het geven van de lessen lichamelijke oefening. Enerzijds door zelf lessen te geven, anderzijds door een zodanig programma samen te stellen (onderverdeeld in toestel- en spellessen), dat groepsleerkrachten gevarieerde lessen met een duidelijke opbouw voor hun eigen groep kunnen geven. Ook verzorgt zij een aantal lessen kleutergym in de kleutergroepen.

-     Coördinator ICT: Een groepsleerkracht die naast zijn lesgevende taak zorgt voor het goed functioneren van computers en programmatuur die op school worden gebruikt. Samen met collega’s worden programma’s uitgezocht die het best bij onze leerlijn passen.

-     Conciërge: Deze verricht allerlei ondersteunende werkzaamheden op school, zoals: kopieerwerk, onderhoud aan tuin en gebouwen en huishoudelijke taken. Ook het aannemen van de telefoon en het doorgeven van afwezigheidmeldingen van kinderen hoort hierbij.

-     Overblijfkrachten: Vrijwilligers die tegen een vergoeding en onder verantwoordelijkheid van het schoolbestuur, op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag, tussen 12.00 uur en 13.15 uur, de overblijvende kinderen van groep 1 t/m 8 onder hun hoede nemen. Dit geldt voor het eten en voor het spelen in de schoolzaal of op de speelplaats. Bij meer dan 15 kinderen komt er assistentie van een extra overblijfkracht.

-     Buitenschoolse opvang: Voor ouders bestaat de mogelijkheid om hun kinderen aan te melden bij Kinderopvang Uden e.o. om gebruik te maken van voor- en naschoolse opvang. In de jaargids vindt u de precieze dagen waarop kinderopvang mogelijk is.

-     Schoonmakers: Het schoonmaakonderhoud van onze school en gymzaal wordt verzorgd door één of meerdere personen die in dienst zijn van een schoonmaakbedrijf.

  

Activiteiten voor kinderen

Wettelijk zijn er kerndoelen opgesteld waarin per vakgebied wordt aangegeven aan welke eisen basisscholen moeten voldoen. Daarnaast heeft onze school een aantal extra doelen geformuleerd. Die staan beschreven in het schoolplan dat elke vier jaar door het bestuur en door de medezeggenschapsraad dient te worden vastgesteld en goedgekeurd (Dit plan ligt op school ter inzage). Hier volgt een overzicht van de diverse vakgebieden waarop de eerdergenoemde kerndoelen van toepassing zijn. Daarna worden ze toegelicht.

-    Lessen in de kleutergroepen: Spel, Taal, verstandelijke-, zintuiglijke motorische ontwikkeling.

   Basisvaardigheden: Taal, Lezen, Schrijven, Rekenen, Engelse taal.

-    Muzische en creatieve vorming: Tekenen, Muziek, Handvaardigheid, Kunstzinnige vorming, Dramatische expressie.

-    Wereldoriënterende vorming en levensbeschouwelijk onderwijs: Aardrijkskunde, Geschiedenis, Verkeer, Natuuronderwijs, Techniek, Sociale wereldoriëntatie, Maatschappelijke verhoudingen, Geestelijke stromingen, Catechese.

-    Zintuiglijke en lichamelijke vorming: Bewegingsonderwijs.

  

Lessen in de groepen 1 en 2

Jonge kinderen leren door te doen, met name tijdens spelactiviteiten. Wij spelen daarop in door te zorgen voor materialen en situaties waarin kinderen kunnen leren. Er wordt veel met ontwikkelingsmateriaal gewerkt waardoor zowel de verstandelijke ontwikkeling, als ook de zintuiglijke- (gehoor en gezicht) en motorische ontwikkeling worden gestimuleerd. Er wordt vaak gesproken met de kinderen over allerlei onderwerpen, zodat ze veel woorden leren en goed leren spreken. Ook het denkvermogen wordt doordoor geprikkeld. Dit stimuleert de taalontwikkeling; dit gebeurt o.a. in de dagelijkse kringgesprekken. Het leren maken van rijmwoorden, het luisteren naar verhalen en het navertellen ervan, zijn belangrijke aspecten van het voorbereidend leesonderwijs. 

Bij taal- en rekenactiviteiten is de methode ‘Schatkist’ ingevoerd. De leerstof is opgezet in de vorm van projecten die rondom een bepaald thema zijn gemaakt. In deze lessen zijn allerlei activiteiten met elkaar verweven: taal, muziek, beweging, expressie.

De leerkrachten observeren de kinderen tijdens al hun activiteiten om te kunnen beoordelen of ze zich goed ontwikkelen, zowel op sociaal-emotioneel gebied als wat betreft kennis en vaardigheden. Ook de mate van zelfstandigheid, het kunnen samenwerken en het verantwoordelijkheidsgevoel worden meegenomen in de beoordelingen. Dit is belangrijk omdat het kind moet kunnen overstappen naar groep 3, waar een meer methodische werkwijze wordt gebruikt. Tegen het einde van het schooljaar brengen de oudste kleuters een bezoek aan groep 3 om alvast een beetje te “wennen”.

 

Basisvaardigheden

Taal: Bij taalonderwijs leren we kinderen foutloos te schrijven en we besteden ook veel aandacht aan leren spreken, luisteren naar wat anderen precies zeggen en daarop goed te antwoorden. De kringgesprekken, die in alle groepen worden gevoerd, nemen daarbij een belangrijke plaats in. We leren kinderen een eigen mening onder woorden te brengen. Bovendien leren we hen de taal in het dagelijks leven goed te gebruiken, bijvoorbeeld door:

-     het zowel mondeling als schriftelijk uiten van gedachten, gevoelens en ervaringen;

-     het begrijpen van mondelinge en schriftelijke uitingen van anderen;

-     het leren van verschillen in taalgebruik en het toepassen van regels;

-     het bevorderen van het plezier in het gebruiken van taal;

-     hen bekend te maken met jeugdboeken en jeugdverhalen.

Lezen: Nadat de kinderen in de kleutergroepen hierop zijn voorbereid, beginnen we in groep 3 met het leren lezen. We gebruiken teksten die passen bij de leeftijd. Als kinderen kunnen lezen stimuleren we ze tot: uitwisseling van leesbeleving met anderen, waardering van goede literatuur, lezen zonder fouten, lezen in een behoorlijk tempo en met een goede zinsmelodie. Voor het aanvankelijk lezen in groep 3 gebruiken we een aparte methode “de Leessleutel”. Vanaf groep 4 vindt de ontwikkeling van het technisch lezen plaats aan de hand van de niveaus die kinderen behalen bij de leestoetsen.
Met diverse testen en toetsen worden de vorderingen van het technisch leesonderwijs gevolgd. Vanaf groep 3 besteden we ook in alle groepen aandacht aan begrijpend lezen. Kinderen leren dan systematisch allerlei soorten teksten te begrijpen.

Schrijven: Aan het eind van de basisschool moet een kind goed leesbaar en in behoorlijk tempo kunnen schrijven. In de kleutergroepen worden reeds voorbereidende schrijfoefeningen gedaan. In groep 3 starten de kinderen daadwerkelijk met het leren schrijven. In de volgende leerjaren wordt dit verder geperfectioneerd en in groep 7 en 8 wordt daar het creatief schrijven (blokletters, kalligraferen etc.) aan toegevoegd.

Rekenen: Vroeger bestond rekenen vooral uit het maken van veel sommen, het leren van de tafeltjes en het leren van maniertjes om te kunnen optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. Nu leren we kinderen rekenen door het oplossen van probleempjes die ze in het dagelijks leven tegenkomen. Deze probleempjes zijn zo gekozen dat ze in het dagelijks gebruik toegepast kunnen worden. Bijvoorbeeld bij het boodschappen doen (geldrekenen) en het op reis gaan (afstand en tijd berekenen). In de kleutergroepen worden voorbereidende rekenactiviteiten gedaan zoals het leren tellen, het schatten van hoeveelheden (meer en minder), het ordenen en rangschikken enz. In groep 3 leren de kinderen het maken van optel- en aftreksommen tot 20. In groep 8 kunnen de kinderen cijferen met kommagetallen, procenten berekenen en met grafieken werken.

Engelse taal: In groep 7 en 8 maken de kinderen kennis met de Engelse taal. Op speelse wijze worden zij vertrouwd gemaakt met de basiskenmerken van de taal. Luisteroefeningen en spreekvaardigheid nemen daarbij een belangrijke plaats in de methode Take it Easy. 

 

Muzische en creatieve vorming

Tekenen en handvaardigheid: Door het gebruik van verschillende technieken en materialen leren we de kinderen vorm te geven aan gedachten, gevoelens en ervaringen. 

Muziek: We leren de kinderen naar muziek te luisteren, over muziek te praten, muziek te maken, te zingen en op muziek te bewegen. In groep 6 en 7 leren we de kinderen het spelen op de blokfluit, als onderdeel van het vak muziek.

Kunstzinnige vorming: Hierbij maken we gebruik van het aanbod van Stichting C. Zij bieden een totaalprogramma op kunstzinnig en cultureel gebied, waar alle groepen beurtelings gebruik van maken.

Dramatische expressie: We leren de kinderen hoe je bijvoorbeeld een gedicht of verhaal kunt voordragen of uitbeelden, of hoe je een bepaalde rol kunt spelen als vorm van toneel of musical. De uitvoeringen van de kerstmusical door groep 7 en van de afscheidsmusical van groep 8 laten een fraaie integratie van muzikale vaardigheden en dramatische expressie zien.

 

Wereldoriënterende vorming en levensbeschouwelijk onderwijs

We leren de kinderen hoe de wereld om hen heen eruit ziet. Ze maken kennis met de manier waarop mensen wonen, leven en werken. In de onderbouw worden vakken als aardrijkskunde, geschiedenis en natuuronderwijs niet afzonderlijk gegeven. Onderwerpen worden in thematische samenhang en vaak in projectvorm aangeboden. In de bovenbouw wordt hierin wel onderscheid gemaakt in de afzonderlijke vakken.

Aardrijkskunde: We leren begrippen over de aarde en kennis van landen, steden, rivieren, zeeën en gebergten.

Geschiedenis: We leren de kinderen over de veranderingen in het eigen leven en in de samenleving, van vroeger tot nu. Daarmee krijgen ze een beter begrip van de manier waarop we nu leven.

Natuuronderwijs: We leren plezier te beleven aan de natuur, hoe daar op de juiste wijze mee om te gaan, en tegelijkertijd respect te hebben voor een gezond leefmilieu en een gezonde levensstijl. Ook kunnen de leerlingen van groep 8 het jeugddiploma EHBO behalen.

Techniek: De huidige maatschappij vraagt steeds meer om technisch ingestelde mensen. De interesse voor techniek moeten we al bij jonge mensen ontwikkelen. Op onze school wordt techniek in groep 1 t/m 8 gegeven d.m.v. de methode “De Techniektorens”. Hierdoor komt er een doorgaande lijn in het techniekonderwijs. De leerlingen gaan door zelfstandig ontdekken, ontwerpen en uitvoeren van opdrachten, hun denkvermogen en praktische intelligentie ontwikkelen.

Verkeer: We gaan in op het belang van regels, tekens en afspraken en op de manier waarop deze moeten worden toegepast. De eigen veiligheid en die van anderen staan daarbij centraal. In groep 7 leggen de kinderen het theorie- en het praktijk verkeersexamen af. 

 

Maatschappelijke verhoudingen en sociale wereldoriëntatie

We leren de kinderen hoe de inrichting en de structuur van de maatschappij eruitziet.

Geestelijke stromingen: Hierbij maken de kinderen kennis met de hoofdzaken en belangrijkste overeenkomsten en verschillen tussen de meest voorkomende religies. Dit is zeer belangrijk in onze multiculturele samenleving.

Catechese: We brengen de kinderen in contact met het geloven van mensen, vroeger en nu, om zodoende de kinderen zichzelf een mening te kunnen laten vormen over het geloof. De rooms-katholieke geloofsovertuiging is hierbij uitgangspunt, zonder hierbij andere geloofsovertuigingen uit het oog te verliezen. We praten en werken over belangrijke begrippen en waarden en normen in de christelijke traditie. Dat doen we vaak in de vorm van projecten. In een vierjaarlijkse cyclus komen de volgende thema’s aan bod: trouw, gerechtigheid, gemeenschap en levenskracht. In de loop van elk schooljaar komen dan de accenten te liggen op identiteit, bijbel, traditie, maatschappij en belofte. Met Kerstmis en Pasen houden we met alle groepen samen vieringen.

  

Zintuiglijke en lichamelijke vorming

Bewegingsonderwijs: Hierbij leveren we een bijdrage aan de bewegingsontwikkeling van kinderen. In deze les willen we de kinderen laten komen tot veel, veelzijdig en intensief bewegen, waarbij zoveel mogelijk op eigen niveau en eigen tempo, samen met en rekening houdend met de ander, gewerkt wordt. Aan het begin van een lesdag wordt een basisopstelling opgebouwd, die de gehele dag blijft staan en door alle groepen wordt gebruikt. Afwisselend worden er spellessen en toestellessen gegeven.

 
 

 

 
 
Onderdeel van SKOGU
 
Bosveld 118 - 5403 AG Uden
T 0413-332344 E spring@wish.net