De Springplank > Schoolinfo > Schoolgids > Zorg
 

 Schoolgids

 

 

De zorg voor kinderen

 

Nieuwe leerlingen op school

Gedurende het gehele schooljaar kunnen kinderen worden aangemeld, met dien verstande, dat de aanmelding dient te geschieden vóór aanvang van het schooljaar waarin het kind vier jaar wordt! De aanmelding gebeurt bij voorkeur in de periode maart/april, op- of kort na de centrale aanmeldingsdagen. Deze worden in de plaatselijke pers (Udens Weekblad), bekendgemaakt en gelden voor alle scholen voor basisonderwijs in de gemeente Uden. Na het (telefonisch) maken van een afspraak worden ouder(s)/verzorger(s) uitgenodigd voor een informatiebijeenkomst, die ongeveer 1 uur duurt. Samen met andere ouder(s)/verzorger(s) die in dezelfde periode hun kind aan willen melden worden zij ontvangen door één van de directieleden. Er wordt een korte uitleg over de werkwijze van onze school gegeven en de schoolgids wordt uitgereikt. Uiteraard is er gelegenheid om vragen te stellen en om een rondgang door de school te maken, zodat men een goede indruk van onze school kan krijgen. Bij deze bijeenkomsten zijn de betreffende kinderen niet aanwezig. Deze krijgen kort vóór de daadwerkelijke instroom gelegenheid om met de leerkracht en met de groep kennis te komen maken. De data voor deze informatiebijeenkomsten vindt u in de jaargids.
De formele aanmelding geschiedt door invulling van een inschrijfformulier. De gegevens van dit inschrijfformulier (die vertrouwelijk zijn), worden opgeslagen in een beveiligd geautomatiseerd bestand. Met inachtneming van de wettelijke voorschriften wordt afgesproken wanneer het kind daadwerkelijk naar school komt en als leerling van onze school kan worden beschouwd. Voor ouders van kinderen die van een andere school afkomstig zijn is het mogelijk om, na een gesprek met de directie en na overleg met de betrokken school, het kind op onze school aan te melden.
Om te kunnen worden toegelaten tot de basisschool moeten kinderen vier jaar oud zijn. Op- of na hun vierde verjaardag kunnen ze dus daadwerkelijk naar school. Afhankelijk van de dag waarop het kind vier jaar wordt, vindt toelating plaats aan het begin van het schooljaar, of op een van tevoren bepaald tijdstip in de loop van het schooljaar. Wij gaan ervan uit dat het kind bij toelating overdag zindelijk is. Leerkrachten hebben nauwelijks mogelijkheden om kinderen regelmatig te moeten verschonen of om aan zindelijkheidstraining te doen.
Is uw kind nog geen vier jaar, dan wordt het op een aanmeldingslijst geplaatst. Ruim voor de vierde verjaardag wordt er contact met u opgenomen door de groepsleerkracht bij wie uw kind is ingedeeld. Dan wordt afgesproken wanneer uw kind in de desbetreffende groep verwacht wordt en wanneer de kennismaking met de groep en de leerkracht plaatsvindt. Als kinderen drie jaar en tien maanden oud zijn, mogen ze maximaal vijf dagen naar school om alvast wat te wennen. Deze vijf dagen hoeven geen aaneengesloten dagen te zijn, die kunnen worden gepland in overleg met ouders, directie en leerkracht van de kleutergroep, zodat gekozen kan worden voor geschikte tijdstippen voor uw kind en voor de groep. In de meeste gevallen geschiedt de instroom dusdanig dat de kennismaking daarmee samenvalt en er geen aparte wendagen nodig zijn. Voor kinderen die afkomstig zijn van een andere basisschool, bestaat de mogelijkheid om, na overleg met de betrokken school, een of meerdere dagdelen te komen kennismaken. Deze kinderen kunnen op elk gewenst moment worden toegelaten, uiteraard na onderling overleg tussen ouder(s)/verzorger(s) en school.
  
 

Aannamebeleid van leerlingen met een handicap

Steeds meer ouders van kinderen met een handicap wensen dat hun kind liefst in een gewone school onderwijs volgt. Hierbij moeten we denken aan:  
-   leerlingen met een visuele handicap;
-   leerlingen met een auditief-communicatieve handicap;
-   leerlingen met een verstandelijke en/of lichamelijke handicap;
-   leerlingen met een gedrags-kinderpsychiatrische handicap.
De wens van ouders om hun kind te laten integreren in het reguliere onderwijs en in de eigen woonomgeving is startpunt geweest van het beleid om te komen tot leerling gebonden financiering, ook wel “het rugzakje” genoemd. Vanaf 1 augustus 2003 kunnen ouders kiezen of ze hun kind aan willen melden bij een speciale school of bij een gewone basisschool.
Onze school is in beginsel niet toegerust om onderwijs te bieden aan leerlingen met een handicap. Wij zijn vaak niet voldoende in staat om ons onderwijs aan te passen aan de maat van een dergelijke leerling.
Door het WSNS-beleid zijn de verschillen tussen de leerlingen op de basisschool de laatste jaren steeds groter geworden en krijgen leraren steeds meer te maken met individualisering en differentiatie. Plaatsing van een leerling met een handicap in een groep vereist dat de leraren verdergaand “onderwijs op maat” moeten kunnen toepassen. Daarvoor is scholing en begeleiding nodig en daarop aansluitend lesmethodes en werkwijzen, die het mogelijk maken dat er nog beter rekening kan worden gehouden met de grotere verschillen in de samenstelling van de groep.
De school heeft een aannamebeleid voor deze leerlingen opgesteld. Hierin zijn zaken opgenomen als de condities waaronder dergelijke kinderen kunnen worden aangenomen en de toelatingscriteria die daarbij gelden.
 
 

Het volgen van de ontwikkeling van kinderen

De leerkrachten houden de vorderingen van elk kind bij. Ze kijken of ieder kind de aangeboden stof beheerst. Ze beoordelen toetsen, verwerkingsopdrachten, werkstukken en huiswerkopdrachten. Daarbij wordt niet alleen op het resultaat gelet; ook de manier waarop een kind tot het resultaat is gekomen, wordt in de gaten gehouden. De beoordelingen van het werk schrijft de leerkracht op in de groepsmap. Deze vormen de basis voor de rapporten die van de kinderen worden opgesteld. Om de vorderingen van elk kind precies bij te houden, gebruiken we het zogenaamd leerlingvolgsysteem.
Op een toetskalender staan alle testen en toetsen voor de diverse groepen aangegeven, met daarbij de periode waarin ze dienen te worden afgenomen. De gebruikte toetsen zijn landelijk gestandaardiseerd en staan los van de op onze school gebruikte lesmethoden. De resultaten van de toetsen kunnen dan ook worden vergeleken met scores die normaal zijn voor kinderen die een vergelijkbaar aantal jaren onderwijs hebben gehad. Op deze manier worden gedurende de gehele schoolloopbaan, over het algemeen twee maal per jaar, de vorderingen van de kinderen systematisch in beeld gebracht. De gegevens worden opgeslagen in een computerbestand. Leerlingen met leerproblemen blijven zodoende niet onopgemerkt: de resultaten van de toetsen laten duidelijk zien op welke onderdelen bij welke kinderen moet worden ingegrepen. Indien ouders dit wensen kunnen zij, na hiervoor een afspraak te hebben gemaakt bij de groepsleerkracht of bij de directie, inzage krijgen in de gegevens die in het leerlingvolgsysteem opgeslagen worden.
De ouders van de kinderen van de groepen 1 en 2 krijgen op het einde van het schooljaar een rapport waarin de ontwikkeling van hun kind staat beschreven. Tussentijds worden de ouders tweemaal per jaar uitgenodigd voor een 10-minutengesprek, zodat zij mondeling op de hoogte gebracht kunnen worden van de vorderingen van hun kind.
Van de kinderen van de groepen 3 t/m 8 worden drie maal per jaar (schriftelijke) rapporten opgesteld. Hierin worden de resultaten beschreven die de kinderen voor de diverse vakken hebben behaald. Ook wordt hierin aangegeven hoe het resultaat is m.b.t. het gedrag en de werkhouding van het kind.
Na het eerste- en tweede rapport worden ouders uitgenodigd voor een tienminutengesprek. Hierin worden de prestaties, gedrag, werkhouding en het welbevinden van het kind besproken. Eventueel komen hierbij de aandachtspunten aan de orde, die uit de groep- of leerlingbesprekingen naar voren zijn gekomen.
Buiten deze tienminutengesprekken om kunnen ouders tussentijds over hun kind komen praten. Het is wel verstandig hiervoor een afspraak te maken om er zeker van te zijn dat de leerkracht hiervoor tijd kan vrijmaken. Het kan ook voorkomen dat de leerkracht contact opneemt met de ouders om over het kind te praten.

 

Speciale zorg voor kinderen met specifieke behoeften

Het onderwijs op onze school is zodanig opgezet, dat er zoveel mogelijk sprake is van een ononderbroken ontwikkelingsproces. De zorg die aan leerlingen wordt besteed is gericht op een zo goed mogelijke voortgang in de ontwikkeling. Desondanks kan het voorkomen dat er problemen ontstaan bij de uitvoering van dit proces. Dit kunnen problemen zijn op het verstandelijke vlak, maar ook op sociaal- of emotioneel gebied. Er bestaan tussen kinderen grote verschillen in ontwikkeling. Er zijn kinderen die alles wat hen wordt aangeboden gemakkelijk oppikken. Er zijn ook kinderen die moeite hebben met het volgen van het basisprogramma. Indien zich hierin problemen voordoen dan proberen wij die zo snel mogelijk op te lossen, waarbij de aard van de problemen eerst duidelijk in kaart moet worden gebracht. Wij vinden het belangrijk dat kinderen leren dat we onderling mogen verschillen van elkaar, zowel in leerprestaties als in gedrag. Iedereen heeft zijn goede, maar ook zijn zwakke kanten. Heeft een kind ergens extra zorg bij nodig, dan proberen we die zorg zoveel mogelijk binnen de groep te bieden. De ouder(s) en/of verzorger(s) worden hiervan op de hoogte gebracht.
Tijdens de leerlingbespreking bespreekt de groepsleerkracht de zorgleerlingen met de intern begeleider en de remedial teacher. De extra zorg die in de groep geboden wordt, wordt dan geëvalueerd. Daarna wordt een voortgangsbeslissing genomen. Het kan zijn dat er intern onderzoek nodig is om een beter zicht te krijgen op de zorgbehoefte van de leerling. Dit gaat in overleg met de ouder(s). Zonodig wordt er een handelingsplan opgesteld waarin precies staat omschreven wat de te volgen werkwijze zal zijn. Ook hier zal zoveel mogelijk worden geprobeerd om de nodige hulp binnen de eigen groep van het kind te bieden, of eventueel in de vorm van remedial teaching binnen de eigen school. De ouder(s) worden op de hoogte gehouden van de bevindingen en de voortgang van de hulp.
Soms is het noodzakelijk om verder onderzoek te doen naar de problemen, omdat wij er als school niet voldoende zicht op kunnen krijgen. Er bestaat dan de mogelijkheid om een deskundige (pedagoog, didacticus of psycholoog) van een onderwijsbegeleidingsdienst of een particulier bureau in te schakelen. Dit gebeurt alleen na overleg en na toestemming van de ouder(s) van het kind. Aan de hand van de uitkomst wordt bepaald of er mogelijkheden zijn om binnen onze school verder te werken. Dit kan zijn door het volgen van een speciaal programma, al of niet met ondersteuning van buitenaf, bijv. ambulante begeleiding vanuit het samenwerkingsverband “Weer samen naar school” (WSNS). Ook kan het advies zijn om het kind dezelfde groep een jaar over te laten doen. Indien de problemen dusdanig groot zijn dat er op deze manier onvoldoende mogelijkheden zijn op onze school dan kan, in overleg met de ouder(s), het advies worden uitgebracht om te kijken naar mogelijkheden buiten onze school, zoals: verwijzing naar een andere basisschool of naar de speciale school voor basisonderwijs (sbo); inschakeling van logopedie, fysiotherapie, schoolarts; verwijzing naar Riagg of andere instanties.
Wij streven er naar om kinderen die extra hulp nodig hebben zoveel mogelijk binnen onze eigen school op te vangen. Het blijkt echter niet altijd mogelijk om een kind op de gewenste wijze binnen onze school verder te helpen, bv. wanneer de benodigde hulp nogal specialistisch is. In dergelijke gevallen wordt, in samenspraak met de ouder(s), bekeken of het niet beter is een kind te verwijzen naar een andere vorm van onderwijs, bv. naar een speciale school voor basisonderwijs. Het kind wordt dan door de ouder(s), of door de school na overleg met de ouder(s), aangemeld bij de PCL (Permanente Commissie Leerlingenzorg). De school stelt een onderwijskundig rapport op, waarin staat wat het probleem precies is en op welke wijze de school al hulp heeft geboden. Ook de ouder(s) schrijven hun bevindingen op en dienen toestemming te geven voor bespreking van de gegevens in de PCL, die is ingesteld door het samenwerkingsverband WSNS (Weer Samen Naar School). De PCL bestudeert de rapportages en kan gesprekken aangaan met leerkrachten en ouder(s). Vervolgens wordt er een advies opgesteld, waarin wordt aangegeven op welke school het kind het best het onderwijs kan voortzetten. De ouder(s) beslissen uiteindelijk zelf of zij het advies op willen volgen. Indien zij niet instemmen met het advies van de PCL, dan kan dit betekenen dat het kind niet de hulp en begeleiding zal krijgen die gewenst en noodzakelijk zijn.
  
Samenwerkingsverband Uden e.o.
In de nota “Weer Samen Naar School” staat beschreven hoe het basis- en speciaal onderwijs ervoor moeten zorgen dat het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs zal verminderen. Binnen het basisonderwijs is het nodige veranderd om betere opvang voor kinderen die extra hulp nodig hebben mogelijk te maken.
Onze school maakt deel uit van het Samenwerkingsverband Uden e.o. Binnen dit samenwerkingsverband wordt bekeken op welke wijze het hierboven genoemde streven gerealiseerd wordt. Dit alles wordt in het Zorgplan beschreven, dat jaarlijks wordt vastgesteld. Een belangrijke ontwikkeling is het invoeren van “adaptief onderwijs”, dat rekening houdt met de verschillen tussen kinderen.
De komende jaren zal deze ontwikkeling ook op onze school voor verdere veranderingen van het onderwijs gaan zorgen. In het jaarlijks praktijkgedeelte bij het Zorgplan biedt het Samenwerkingsverband een aantal zorgvoorzieningen aan waarvoor de school zich kan inschrijven, bijv. sociale weerbaarheidtraining. Ouder(s) moeten toestemming geven voor de aanvraag van een zorgvoorziening. Deze voorziening wordt door de leerkracht, intern begeleider en degene die de zorgvoorziening uitvoert, geëvalueerd. De ouder(s) worden daar bij betrokken.
 
 

Buitenschoolse activiteiten

Tijdens het schooljaar zijn er veel activiteiten die niet in het klaslokaal plaatsvinden, zoals: speeltuinbezoek door groep 1 t/m 4; de schoolreis van groep 5 t/m 7; het schoolverlaterskamp van groep 8; het zomerfeest voor groep 1 t/m 4 en 8; het verkeersaxamen en de sportolympiade voor groep 7; de bedrijfsbezoeken en excursies en bezoek aan scholen voor voortgezet onderwijs voor groep 8; excursies naar culturele voorstellingen en naar natuurgebied "Slabroek". Onze school neemt al jaren met plezier deel aan "Uden on Ice". Vaak worden deze activiteiten gehouden m.b.v. ouders, zowel voor ectra begeleiding als voor het vervoer. Wij hanteren speciale voorschriften voor het vervoer per auto; deze zijn opgenomen in bijlage 5 (onder de link diversen).
 
 

Naschoolse activiteiten

Er worden ook een aantal activiteiten buiten schooltijd georganiseerd. Bijvoorbeeld de discoavond voor groep 8 en de avondvierdaagse. Ook zijn er sportactiviteiten waaraan kinderen van onze school deelnemen, zoals: handbal, voetbal en tafeltennis. Bij deze activiteiten wordt over het algemeen samengewerkt tussen sportclubs en scholen, m.m.v. de Stichting Schoolsport Uden (SSU). Ook hierbij wordt vaak de hulp van ouders ingeroepen.
 
 

Advisering bij de overgang van basisschool naar voortgezet onderwijs

In groep 7 maken alle leerlingen de Entreetoets van het CITO. De uitslag hiervan wordt in een persoonlijk gesprek met de ouders besproken. Tijdens dit gesprek vormen de LVS-toetsen samen met de bevindingen van de leerkracht en de uitslag van de Entreetoets een pre-advies. Hierbij moet u denken aan een schoolkeuze voor VMBO, of voor HAVO/VWO voor uw kind. Ook de leerkracht van groep 8 is bij dit gesprek aanwezig. Dit gesprek is een eerste aanzet om u als ouders kennis te laten maken met de procedure voor schoolkeuze. 
De leerlingen die het pré-advies havo/vwo krijgen maken in groep 8 in ieder geval de Eindtoets basisonderwijs van het Cito. De leerlingen die het pré-advies vmbo krijgen maken in groep 8 het brugklasonderzoek (dit onderzoek wordt door het Udens College geörganiseerd). De leerlingen die in groep 8 het advies theoretische leerweg (of theoretische leerweg plus) krijgen maken zowel het brugklasonderzoek als de Eindtoets basisonderwijs van het Cito.
Ruim voor de aanmelding voor het voortgezet onderwijs krijgt u van de leerkracht van groep 8 het definitieve schooladvies. U meldt uw kind zelf aan op het vervolgonderwijs. Uiteindelijk bepaalt een toelatingscommissie van het vervolg onderwijs of een kind toelaatbaar is voor een bepaalde vorm van voortgezet onderwijs. Een dergelijke beslissing wordt gebaseerd op de volgende gronden: het advies van de basisschool, de eventuele uitslag van de Cito-eindtoets, de eventuele uitslag van een onderzoek voor studie- en beroepskeuze (deelname vrijwillig) en het brugklasonderzoek voortgezet onderwijs.
Om ouders en kinderen zo goed mogelijk te informeren over de te maken schoolkeuze, vinden er in de loop van het schooljaar diverse activiteiten plaats.
Tijdens een klassikale ouderavond aan het begin van het schooljaar, informeert de groepsleerkracht van groep 8 de ouders uitvoerig over alle activiteiten die in de loop van het schooljaar plaatsvinden. De gang van zaken wordt daarbij uitgelegd, zodat de ouders weten welke zaken er zoal spelen rondom de schoolkeuze. Op soortgelijke wijze worden de leerlingen geïnformeerd.
In de loop van het schooljaar komt hier nog voortdurend aanvullende informatie bij, met name over de diverse mogelijkheden van voortgezet onderwijs in het algemeen en over de situatie in Uden in het bijzonder.
In de periode oktober t/m december is er de mogelijkheid om uw kind deel te laten nemen aan een onderzoek voor studie- en beroepskeuze. Dit onderzoek is op vrijwillige basis en wordt onder schooltijd afgenomen bij de leerlingen van groep 8 die zich hiervoor aangemeld hebben. Deelname aan het onderzoek kan worden aanbevolen voor ouder(s), die een beter zicht willen krijgen op de mogelijkheden en interesses van hun kind, zodat er een gerichtere schoolkeuze kan worden gemaakt (Het onderzoek is niet verplicht en niet per sé noodzakelijk). Het onderzoek wordt uitgevoerd door een extern bureau dat hierin gespecialiseerd is. Hieraan zijn kosten verbonden, die voor rekening van de ouder(s) komen. Zij ontvangen een schriftelijk verslag van het onderzoek, dat eventueel mondeling kan worden toegelicht. De school kan, na toestemming van ouder(s), een afschrift van de uitslag krijgen.
De scholen voor voortgezet onderwijs organiseren informatiedagen of –avonden, voor kinderen en hun ouder(s)/verzorger(s). Hierbij kan men uitgebreid kennismaken met diverse schooltypen en met de eigenheid van elke school.
Vanuit een kennismakingsproject worden door de leerlingen van groep 8, onder schooltijd, bezoeken gebracht aan diverse scholen voor voortgezet onderwijs en aan één of meerdere bedrijven. De leerlingen krijgen zodoende een duidelijk beeld van diverse opleidingen en van de beroepspraktijk.
 
Cito-eindtoets basisonderwijs
In de maand februari wordt gedurende 3 halve dagen de landelijke Cito-eindtoets afgenomen. Deze toetst de onderdelen: taal, rekenen, informatieverwerking en wereldoriëntatie. De toets geeft aan wat uw kind heeft opgestoken van acht jaar basisonderwijs. We nemen één oefentoets af, om de kinderen te laten wennen aan de vorm van de toets. Deze toets is verplicht gesteld en de kosten ervan worden dan ook door de basisschool betaald. De uitslag van de toets komt in drievoud op school aan: één exemplaar voor de ouders, één voor de toelatingscommissie van het voortgezet onderwijs en één voor de basisschool. Het gebruiken van de Cito-eindtoets als toelatingscriterium voor het voortgezet onderwijs gaat wellicht de komende jaren veranderen.
 
Schooladvies
Wij stellen als basisschool een advies op voor elke schoolverlater van groep 8. Dit wordt opgesteld op grond van de ervaringen die de diverse leerkrachten met de leerling hebben en op grond van de gegevens uit het leerlingendossier (rapportages, toetsen e.d.). In een schooladviesgesprek, waarvoor ouder(s) en/of verzorger(s) met hun kind worden uitgenodigd, licht de leerkracht van groep 8 het advies toe. Dan wordt tevens besproken hoe de aanmelding voor het voortgezet onderwijs in zijn werk gaat. Het advies wordt aangevuld met een onderwijskundig rapport.
 
Toelating- en plaatsingscommissie
In de periode april/mei vinden de vergaderingen van deze commissie plaats. Op grond van alle ingediende gegevens (basisschooladvies, uitslag Cito-eindtoets, evt. uitslag toets voor studie- en beroepskeuze, brugklasonderzoek), neemt de commissie een beslissing over de toelating en plaatsing van de aangemelde leerlingen. Eind mei krijgen alle leerlingen, hun ouder(s)/verzorger(s) en de basisschool bericht over de genomen beslissing. In juni worden alle schoolverlaters uitgenodigd om op de school waarop ze geplaatst zijn, kennis te komen maken. De leerkrachten van groep 8 worden door de brugklasmentoren uitgenodigd om relevante zaken over de geplaatste leerlingen met hen door te spreken. Hierdoor wordt een zo goed mogelijke basis gelegd voor een goede instroom van de leerling in het voortgezet onderwijs.
 
 

Vroegtijdige schoolverlaters

Voor kinderen die vanwege verhuizing, verwijzing naar een andere school e.d. overstappen naar een andere (speciale) basisschool, wordt een onderwijskundig rapport opgesteld. De ontvangende school wordt hierdoor op de hoogte gesteld van de noodzakelijke informatie om het onderwijs aan het betrokken kind op een goede manier te kunnen voortzetten.
 

 

 
 

 

 
 
Onderdeel van SKOGU
 
Bosveld 118 - 5403 AG Uden
T 0413-332344 E spring@wish.net